In de herfst van 1964 werd de kavel L10 uitgegeven door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, aan mijn vader Hendrik Hospers. Toen het huis klaar was in mei 1965, zijn wij daar naar toe verhuist.

Mijn vader vertelde altijd dat er op onze kavel een schip gevonden en opgegraven was. 

Verder wisten wij er weinig van. Nu na jaren is het verhaal alsnog compleet.

 

Jaap Hospers.                                            Swifterbant, maart 2015. 


 In juni en juli 1960 werd door de toenmalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) tweemaal een verkenning uitgevoerd op kavel L10 in Oostelijk Flevoland, nadat eerder dat jaar een melding  van een mogelijk scheepswrak op de desbetreffende kavel was binnen gekomen.

Bij de verkenningen werd een vrij spits gebouwd ijzeren stoomschip aangetroffen met een lengte van 41,2 meter over de stevens en een maximale breedte van 4,8 meter.

Een jaar later werd het wrak definitief opgegraven en uit de grond verwijderd.

De opgraving werd geleid door de toenmalige hoofd van de afdeling Oudheidkundig Bodemonderzoek van de RIJP, Gerrit van der Heide.

Hij constateerde dat het schip bestond uit ten minste vijf van elkaar gescheiden ruimtes, waaronder een kajuit met patrijspoorten, een ruim voor vee en vracht, en een machinekamer.

In de machinekamer werden de restanten van een 2-cilinder stoommachine en de bij behorende stoomketel gevonden. Op de stoomketel werd een koperen stempelplaat van de makers aangetroffen waarop stond; “Walker, Stronck & v. Delden, Rotterdam 1880-5,5 at”

Ondanks de geringe interesse in dit voor scheepsarcheologische begrippen ‘jonge’ wrak, zag van der Heide wel heil in een poging om de naam van het schip te achterhalen om zodoende tot een nauwkeurige reconstructie van de scheepsramp te komen. 

Hij publiceerde op 27 oktober 1962 een artikel in het Algemeen Handelsblad waarin hij mensen opriep om gegevens door te sturen over stoomschepen die tussen 1900 en 1950 waren vergaan op de Zuiderzee.

Hij ging er daarbij van uit dat dit slechts een handjevol stoomschepen zou zijn in die periode en hoopte dan ook dat de locatie van het wrak doorslaggevend zou zijn voor de identificatie. Zijn artikel leverde echter een verscheidenheid aan reacties op, waarna hij concludeerde dat het vaststellen van de identiteit van dit speciale wrak een onmogelijke taak was

Op 6 augustus 1970, acht jaar nadat van der Heide zijn stuk had gepubliceerd, kwam echter een brief van de Dienst van de Stoomwezen bij hem binnen. Zij hadden in hun archief de gegevens van de stempelplaat nagetrokken en konden uitsluitsel geven over het schip. De ketel was in november 1880 in het stoomschip geplaatst.

Dit schip was in 1870 gebouwd als het stoomschip ‘Burgemeester van Nahuys’ voor Rederij W. Meeter te Zwolle. Aan boord was een tweedehands ketel geplaatst uit het stoomschip ‘de Atlas’. Nadat Rederij Meeter in 1880 werd geliquideerd kreeg het schip een nieuwe naam (de IJssel), nieuwe eigenaren (D. en P. Kievits) en de desbetreffende stoomketel. 

Verder voegde het waarnemend hoofd van de Dienst aan de brief toe dat ‘de IJssel’ in november 1880 moet zijn vergaan.

Dit laatste bleek echter niet te kloppen; uit november 1880 komen weliswaar verschillende krantenberichten dat het stoomschip ‘de IJssel’ op de Zuiderzee is vergaan, maar dat het schip al ver in het zand was gewoeld en als verloren werd beschouwd. (“De Standaard” 15 november 1880).

Uit het digitale kranten archief van de Koninklijke Bibliotheek blijkt dat ‘de IJssel’ verging in de nacht van 26 op 27 september 1880. Ook de oorzaak van de ondergang werd duidelijk:

Met de gegevens van de Dienst van het Stoomwezen, de verschillende krantenberichten en de gegevens van de opgraving vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Het stoomschip ‘de IJssel’ is vergaan in de Kamper Ketel; een gebied ten westen van de IJsselmonding en circa zes kilometer ten zuiden van Schokland.

Dit komt zeer goed overeen met de locatie van het scheepswrak OL10. Ook het feit dat de stoommachine aan boord van OL10 valt te koppelen aan de stoomschip ‘de IJssel’ en dat deze in 1880 is gebouwd, toont aan dat de informatie juist is.

Kortom, scheepswrak OL10 is het schroefstoomschip ‘de IJssel’ dat als gevolg van een aanvaring met een ander schip verging in de nacht van 26 op 27 september 1880.


Galery kleurenfoto's


Gallery van de expositie over het wrak bij het MEC museum te Dronten

Deze wesite is gemaakt door Jaap Hospers