Kranten berichten komen van de site Delfer .
Het Algemenedagblad 19 augustus 1880.
De fraai verbouwde stoomschepen, met nieuwe stoommachine en ketel.
Ga rechtstreeks naar de Fa. Meeter
Het Rotterdamsnieuwsblad 23 augustus 18880.
Nieuwe nacht-stoombtdienst Amsterdam-Zwolle.
Het Nieuws van de dag 27-september 1880
Een aanvaring in de Kamper-Ketel.
Het Rotterdams nieuwsblad 3 oktober 1880.
Het schip word als verloren beschouwd.
De Nederlandche Staatscourant 3 oktober 1880.
Er word een wrakkenton gelegd met een wit licht in de top.
Het Nieuws van de Dag 15 oktober 1880.
Nog niet helemaal verloren beschouwd.
De Zwolschecourant 15 oktober 1880.
Het schip is totaal verloren en zal worden verwijderd.
De Zwolschecourant 19 oktober 1880.
Het lostrekken mislukt.
De Nederlandsche Staatscourant 22 oktober 1880.
Wrakkenton verwijderd.
Ingezonden brief in Het Nieuws van de Dag van 19-10-1880
De onlangs in de vaart gebrachte en zeer doelmatig ingerichte nachtbooten Amstel en IJssel, van de firma Kievit, zijn op de Zuiderzee tegen elkander aangevaren, met het noodlottig gevolg, dat de stoomer IJssel op een diepte van 12 voet wegzonk, en de stoomboot Amstel met een groot gat in den boeg, na de passagiers en manschappen van de IJssel te hebben overgenomen, de reis vervolgde. Deze tijding nu, die onlangs tot ons kwam, geeft mij aanleiding om er eens over te spreken en de volgende vragen te stellen: Wat is er eigenlijk met die beide zuster-stoombooten geschied? Wat is de oorzaak van het ongeluk geweest? Zijn er menschenlevens in gevaar geweest? Welke maatregelen moeten er genomen worden, om dergelijke aanvaringen voortaan te voorkomen? Heeft er een gerechtelijk onderzoek plaats gehad naar de ware oorzaak? Laat ons nu eens even nagaan.
De stoomboot Amstel vertrekt van de 24sten sept. middennacht van Kampen naar Amsterdam, terwijl de stoomer IJssel op dien zelfden avond 9 uur van Amsterdam naar Kampen stoomde. Op de Zuiderzee ontmoeten beide booten elkander bij helderen maneschijn en dood kalm weder, behoorlijk voorzien van roode en groene lichten.
Nu zal men zeggen, hoe is het in de wereld mogelijk, dat beide booten onder de allergunstigste omstandigheden, op eene watervlakte van uren breedte, zoo dicht in elkanders nabijheid zijn gekomen, dat een fatale aanvaring er het gevolg van was en eene boot (de IJssel) binnen 15 minuten na het ongeval wegzonk, en de andere (de Amstel) even boven de waterlijn een groot gat in den boeg kreeg?
Moet de oorzaak aan onkunde of verregaande zorgeloosheid toegeschreven en hierin gezocht worden, dat aan boord van eene of wel beide booten de stuurlieden of roergangers slapende in plaats van wakende waren, of dat er geen voldoende uitkijk aan dek was? Onwillekeurig dringen deze en tal van andere vragen zich aan iemand op, en zouden het m.i. wel gewenscht zijn de ware oorzaak op te sporen en aan het licht te brengen. Getuigen zijn er te over, om de toedracht te weten te komen. Menschenlevens hebben er in elk geval op het spel gestaan, en het is werkelijk meer geluk dan wijsheid geweest, dat er van de plm. 60 passagiers, die zich aan boord van beide stoomschepen bevonden, geen enkele het leven er bij ingeschoten heeft. Ware de Amstel even als de IJssel na de aanvaring gezonken, zoo zoude hoogstwaarschijnlijk niemand der passagiers en bemanning er levend zijn afgekomen. Scheepsbooten immers waren er niet aan boord, deze zouden ook maar plaats innemen, in den weg staan en extra ballast zijn! Als van zelve doet zich nu de vraag voor: mogen passagiers aan boord van stoom- en zeilschepen bloot staan aan gevaren als deze? Is het niet meer den tijd dat de Hooge Regering zich de zaak met den meesten ernst aantrekt, en zeer nauwkeurig onderzocht wordt, of er zorgeloos, dronkenschap, onkunde, willekeur of wat ook hebben plaats gehad? In de allereerste plaats hebben de passagiers in dergelijke gevallen volkomen aanspraak op een gerechtelijk onderzoek, maar in de tweede plaats is zulks voor elke reederij, iedere eigenaar van stoom- en zeilschepen, ja voor elke assurantiemaatschappij ook hoogst gewenscht. De gezagvoerders, stuurlieden, machinisten, matrozen, enz. toch zouden ongetwijfeld meer zeggenschap gebruiken, als ze voortdurend de zekerheid in zich omdroegen en er als het ware van doordrongen waren, dat degenen onder hen, die de oorzaak zijn van rampen als hier besproken, van regeringswege met gevangenneming, schorsing, boeten enz. gestraft worden.
Ik herhaal: even goeds als er een streng toezicht bestaat op het vervoer van reizigers te land, moet dit in dezelfde mate bestaan op het vervoer van passagiers te water, en moeten alle ongelukken, waarbij menschenlevens in gevaar zijn, gerechtelijk onderzocht worden. In Duitschland bestaat er eene afzonderlijke regeerings-commissie voor, die alle ongelukken te water nauwkeurig onderzoekt, waarna de schuldigen streng gestraft worden.
Jules van Hasselt Kampen, Oct. 1880
Meer kranten berichten die betrekking hadden op het stoomschip de IJssel.
Kranten berichten over de vorige eigenaar, Meeter uit Zwolle.
